Wanneer beginnen met opvoeden

Acht maanden is Dize nu. Voordat ze er was verwachtte ik een helse periode met alleen maar ellende. Slapeloze nachten. Gekrijs. Drukte. Afzien. Nee… AFZIEN!! Dat dacht ik. Of dat wist ik eigenlijk zeker. En ik zag het al voor me hoe ik daar dan heule grappige blogjes over kon schrijven.

Maar Dize blijkt een makkie. Heb ik weer…  ;-)
Ze vindt gewoon heel veel goed. Van wie ze dat heeft dat is nog een groot mysterie, maar makkelijk is het wel. Was. Is. Was. Naja, ze is nog steeds heel makkelijk, maar ze doet wel soms dingen waarvan ik denk grmzzz.
Bijvoorbeeld aan de vitrage trekken, in mijn haren hangen en Stef de bril van z’n kop aftrekken. Of blazen terwijl we er net een hap eten in proberen te proppen. Dat soort verschrikkelijke wereldproblemen.

Dus ik ging maar eens googelen hoe dat eigenlijk moet: Opvoeden. Maar vooral wanneer je daar dan mee moet beginnen. Ik ben namelijk zo’n type dat nog met de illusie leeft dat je met opvoeding een verschil kunt maken. En voor de mensen die die naïviteit inmiddels achter zich hebben gelaten: Ik zou het op prijs stellen als jullie mij voorlopig lekker in die waan laten.

De zoekterm ‘wanneer beginnen met opvoeden’ geeft in Google 663.000 zoekresultaten. Ik begin maar bovenaan wat linkjes open te klikken. Ik word overspoeld met adviezen van opvoeddeskundigen, kinderpsychologen, moeders die net als ik ook maar wat aanklooien en moeders die het allemaal heel goed schijnen te weten. En iedereen adviseert wat anders.
Grofweg zijn er twee meningen te onderscheiden. De mening van Team Rechts, dat vindt dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met corrigeren en aan de andere kant Team Links dat denkt
dat je zeker in het eerste jaar vervelend gedrag vooral moet negeren, omdat een baby geen verschil kent tussen positieve en negatieve aandacht.

Ja, daar heb ik wat aan! Ik besluit tot het enige juiste: Gewoon verder klooien. In eerste instantie sluit ik me aan bij Team Rechts. Ik ga corrigeren.
Als ik Dize eten geef heeft ze al snel de vitrage weer te pakken. Ik zie nog net op tijd dat ze het in haar mond wil stoppen die gevuld is met smeuïge oranje-rode spaghetti.

‘Dat mag niet meisje’ zeg ik met m’n liefste stemmetje.

Ze kijkt me aan en probeert het nog eens.

‘Dize niet doen!’ zeg ik iets duidelijker terwijl ik een boze blik opzet.

Er verschijnt een klein lachje om haar mond. Haar vuistje stevig om de vitrage geklemd.

‘Diiiizeeeeee’ probeer ik nog eens, ondertussen half schreeuwend.

Ze straalt van oor tot oor.

Ik begin ondertussen wat aan haar vingers te peuteren om ze los te maken.

Dize lacht hardop en slaat met de andere hand een nieuwe hap spaghetti van de lepel.

Ik slik een vloek in en leg haar uit dat dit allemaal niet heel handig is. Dat de gordijnen niet bedoeld zijn om mee te spelen, dat het eten zo wel heel lang gaat duren en dat spaghettisaus zulke vieze troep is dat ik dat er zelfs op 90 graden niet meer uitgewassen krijg.

Ze trapt met haar beentjes en kraait van de pret.

Er komt ondertussen stoom uit m’n oren. Onder een ingetogen ‘verdomme’ ruk ik haar het gordijn uit haar handen.

Schaterlachend giert ze het uit en ondertussen sputtert de spaghetti uit haar mond vrolijk de hele keuken rond.

Terwijl ik de spaghettisaus van m’n oogleden veeg voel ik me compleet voor schut gezet. Dat kind lacht me vierkant uit met dat opvoeden van mij. Ik zet de kinderstoel maar gewoon wat verder bij de vitrage vandaan. Dat opvoeden dat komt nog wel een keer… Als ik groot ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *