Shitheid een stap voor

Gisteren werd ik wakker. Druilerige dag. Beetje waaien, beetje regen, beetje van alles, beetje niksig, beetje chagrijnig. Ik heb hoofdpijn en in de voorkant van mijn hoofdpijn zit een frons. Zo eentje waarvan je eigenlijk al weet dat ie er vanavond nog zit.
Ik had me gisteren bedacht dat ik zou gaan wielrennen, maar dat doe ik niet. Ik neem ook niet de moeite om er een goede reden voor te verzinnen. Mijn haar hangt in vettige slierten langs mijn hoofd. Ik wil wel douchen, maar dat mag niet van mijn hoofdpijn.
Ik pak een crackertje (lekker verantwoord) en daar bovenop lijm ik een halve centimeter hagelslag vast met roomboter (lekker niet verantwoord). Daarna pak ik er nog drie. En daarna zet ik gewoon het pak hagelslag aan mijn lip. Er kijkt toch niemand.

Dan bedenk ik me dat ik twee dingen kan doen. Of ik geef me over aan alle ellende van deze dag. Of ik ga alle shitheid een stap voor zijn en ik koop een nieuwe broek. Het zou verstandiger zijn als ik mijn uitgavenpatroon ook zou aanpassen naar dat van een parttimer, maar voor dagen als vandaag heb ik me een goed stel oogkleppen aangeschaft.
Ik duw mijn mondhoeken weer een beetje omhoog en even later sta ik in de winkel bij de broeken. Naast me staat een meisje, zo’n ultrahip dingetje. Met een hoedje en festivalbandjes om haar ranke polsjes. Een kort broekje met panty en een paar pootjes waar ongetwijfeld geen cellulietje in te vinden is. En van die sneakers waar ze een hoge hak in verstopt hebben. Geen idee waarom. Ze beweegt een beetje mee op de veel te harde muziek.
Ik wil eigenlijk een broek pakken, maar zij staat daar ook steeds bij die broeken en voorlopig lijkt ze ook nog niet van plan te vertrekken. Oké, dan pak ik wel gewoon maat 38. Wat moet Dingetje anders wel niet van me denken.

Een rek verder blijf ik nog even hangen, misschien dat ze zo gaat en dan kan ik hem gauw omwisselen voor maat 42. Om lekker nonchi over te komen ga ik ook maar een beetje meewiebelen. Dingetje kijkt me aan alsof er een gecastreerde pinguïn staat te foxtrotten. Ik weet niet hoe snel ik het pashokje in moet rennen en besluit net zo lang binnen te blijven tot ze vertrokken is. Die broek probeer ik niet eens, ik ga op het bankje zitten wachten met mijn hoofd in mijn handen. In plaats van het goede gevoel waar mijn materialistische hoofd op had gehoopt, voel ik me alleen maar depressiever worden.

‘Lukt het allemaal mevrouw?’ Tot overmaat van ramp begint er een winkelmeisje tegen me te praten aan de andere kant van het gordijn. Ik voel hoe m’n hart sneller gaat slaan. Shit! Ze ziet vast onder het gordijn door dat ik helemaal niet aan het passen ben! Ik wurm me gehaast in die rotbroek. Als ie tot m’n knieën maar past, de rest kan ze toch niet zien.
‘Het past wel, maar ik vind hem toch niet zo mooi’ lieg ik als ik het winkelmeisje die broek in de armen smijt. Dingetje is er ook nog. Voor haar neus gris ik nog gauw een shirtje mee. Maat XS. Ik zal d’r krijgen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *