Mijn lieve stomme dokter

Ik lig op mijn rug, doe mijn ogen dicht en voel. Met alles wat ik in me heb probeer ik te voelen. Het frustreert. Ik kan het niet uitstaan dat ik nog niks voel. Vrijdag zag ik op het beeldschermpje een minimensje op en neer dansen in mijn buik. Het lijkt allemaal goed. Voor het eerst lijkt het na dertien weken nog allemaal goed. Ik weet dat de dokter heeft gezegd dat de kans dat het mis gaat pas weg is op het moment dat het geboren is. Dat hij elke keer garantie kan geven tot aan de voordeur. Dat niks zeker is. Maar in mijn hoofd is het al lang zeker.

Ik ben blij met deze dokter. Deze dokter die niks mooier maakt dan het is. Die een paar weken geleden zei dat het weer mis was, maar nog niet goed genoeg gekeken had. Die vaak best wel arrogant overkomt. Bot ook. Die soms rare onbegrijpelijke dingen zegt. Die ons best lang laat wachten in de wachtkamer. Die daar dan ook geen sorry voor zegt. Die elke keer alles vergeet in de computer te zetten. Niet zo belangrijk vindt hij. Vind ik eigenlijk wel. Ik vind dat slordig, maar van hem pik ik het.
Want hij snapt het. Hij snapt mij. Hij snapt hoeveel onzekerheid vier miskramen met zich meebrengen. Na een afspraak vraagt hij altijd wanneer ik terug wil komen. Over twee weken? Volgende week? Morgen? Het is allemaal goed.

Het liefst wil ik elke dag komen, want als ik iets voel schiet ik meteen in paniek. Als ik niks voel schiet ik ook in paniek.
Ik wil morgen weer kijken, maar ik hoor mezelf zeggen: ‘Doe maar over twee weken’. ‘Als je in de tussentijd onzeker wordt bel je hè? Dan mag je direct komen, ook als je daarvoor dubbel gepland wordt.’ Dát zet hij gelukkig wel in de computer, want de secretaresses kunnen (vaak waarschijnlijk geheel terecht) nogal hardnekkig zijn.

Hij zegt dat als in de eerste drie maanden alles normaal verloopt, we in principe terug naar de 1e lijn kunnen gaan, maar dat we dat zelf mogen weten. Ik kijk hem niet begrijpend aan. Ik verdenk hem ervan dat ie bewust moeilijke woorden gebruikt, om intelligent over te komen. Met de 1e lijn blijkt hij een verloskundige te bedoelen. Mijn slordige, arrogante, botte, begripvolle dokter. ‘Verloskundigen zijn doorgaans ook veel aardiger dan ik ben’ grijnst hij.

De verloskundige zit in Oldenzaal, dichterbij en makkelijker bereikbaar dan dat ziekenhuis in de binnenstad van Enschede. Je kunt er soms ook ’s avonds terecht. Veel makkelijker met mijn werk. Mijn zus zegt dat ik dat niet moet doen. ‘Gynaecologen zijn veel beter onderlegd Tes.’ Vriendin Monique snapt ook niet dat ik er überhaupt over nadenk. ‘Nou heb je eindelijk een dokter waarbij je een goed gevoel hebt.’ Ik knik en twijfel.

Gisteren vertelde ik de dokter dat ik wel terug wil. Naar de 1e lijn. Ik probeer hem te peilen, maar hij laat niet merken of hij dat nou wel of geen slimme keuze vindt. Ik neem me voor om bij mijn vertrek straks te zeggen hoe blij ik met hem ben. Hoe begrepen ik me heb gevoeld. Hoe hij echt een verschil heeft gemaakt de afgelopen weken. Dat ik me ondanks alles toch redelijk ontspannen deze eerste drie maanden heb doorgeworsteld. En dat dat voor een groot deel door hem kwam.

Dan trek ik m’n jas aan, schud hem z’n hand, zeg ‘dankjewel’ en loop weg…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *