Lesbos, een dag aan de kust

Er gebeurt zoveel dat ik niet meer weet waar ik moet beginnen… De afgelopen dagen zijn we steeds aan de kust geweest. Dirt Road is een zandweg van ongeveer 12 kilometer lang. Op dit stuk komen vrijwel alle bootjes aan die van Turkije naar Lesbos varen.

Vanmorgen passeerden we ‘Oase’. Een klein kamp langs Dirt Road waar mensen droge kleding krijgen en wat te eten en drinken. Stichting Bootvluchteling heeft daar een medische post. Zij houden ons aan en vragen of we ze snel even willen helpen om hun tent op te ruimen, omdat ze een baby’tje verwachten waarvan ze niet weten hoe die er aan toe is. Als we naar de tent toe lopen zegt ze dat we niet moeten schrikken, maar dat er een dood lichaam in de tent ligt… Het is een man die gisteravond aangespoeld is nadat er midden op zee weer een boot is gecrasht. Imad is de hele nacht naast hem blijven slapen. Zou de familie van deze man inmiddels weten dat hun vader niet meer leeft? Of dat zijn broer er niet meer is? Of dat haar man is omgekomen…?

Als we klaar zijn met het opruimen van de medische post rijden we Dirt Road weer op, terwijl we de zee afturen naar bootjes. Natuurlijk wist ik thuis ook al van die bootjes, maar dít wist ik niet! Ik heb het zo onderschat. Op televisie had ik al wel eens een aankomst gezien. Dan was het water rustig en verliep alles zonder paniek. Deze week is er echter enorm veel wind en dus is de zee ontzettend ruw. De meeste aankomsten zijn vreselijk aangrijpend. Water slaat in de boot, mensen vallen in het water, kinderen krijsen, mannen huilen en vrouwen vallen ons in de armen. Hartverscheurend!
Bij één van de bootjes krijg ik een klein jongetje in mijn armen gedrukt. Ik neem hem mee naar de kant en zet hem op wat zwemvesten uit de wind. Snel trek ik hem wat droogs aan en wikkel een warmtedeken om zijn ijskoude lijfje. Hij is doodziek, hij huilt, hij is helemaal slap en kotst alles onder. Zijn lippen zijn blauw en hij rilt vreselijk. Ik ga bij hem zitten en wrijf hem in mijn armen een hele tijd warm. Langzaam voel ik hoe het rillen minder wordt. Het klappertanden houdt uiteindelijk op en als ik hem beet pak en hem grappend heen en weer schud, zie ik zelfs een klein glimlachje verschijnen. Het ventje komt uit Syrië, hij heet Jad en is 5 jaar. Ik breng hem met zijn vader en moeder naar een warme auto die ze verder zullen brengen naar een van de kampen.

jad

2015-10-30 16.09.02

Zijn moeder geeft me een knuffel en zijn vader fluistert zijn zoon ‘thank you’ in. Ik aai hem nog een laatste keer over zijn bol. Dag Jad, wat staat jou nog te wachten? Hoe lang zul jij nog onderweg zijn? Moet jij echt Kamp Moria ondergaan? Ik slik mijn tranen voor de zoveelste keer deze week weg…

Een ander indrukwekkend moment vond later die dag plaats. Er ligt een man in het water en een hulpverlener probeert hem te redden. Het blijkt een Turkse smokkelaar die met zwemvliezen aan zijn voeten van plan is om terug te gaan zwemmen. Als iedereen door krijgt dat het om een smokkelaar gaat, gaat het mis. Ze slaan hem compleet in elkaar. Er komt van alle kanten pers aanvliegen en iemand schreeuwt dat die camera’s de reden zijn dat ie de smokkelaar niet doodslaat.
Wanneer de rust even later is terug gekeerd worden zijn zakken en tassen leeg gehaald. Een mes en handenvol goud en diamanten. Walgelijk! Die gigantische bedragen die vluchtelingen neertellen voor deze overtocht is blijkbaar nóg niet genoeg. Hij heeft ze beroofd van al hun bezittingen. Opnieuw is er geschreeuw en vallen er klappen. De Deense vrijwilligers weten de boel uiteindelijk te sussen en nemen de man mee in hun bus om hem bij de politie af te leveren. Hoe verschrikkelijk moet deze overtocht geweest zijn voor de mensen? Dat je op misschien wel het meest aangrijpende moment van je leven, ook nog alles wat je hebt moet inleveren…

Ik weet dat er momenteel heel veel vluchtelingen naar Europa komen, dat het er echt heel heel heel veel zijn. En dat het schier onmogelijk is om ze allemaal op te vangen. Maar laten we niet langer denken dat het om aantallen gaat, maar om mensen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *