Bijzondere ontmoeting in Addis

Reistebrij
Ik reis graag. Gewoon naar overal. En omdat het daar te mooi is om het niet te delen bedacht ik deze serie ‘reistebrij’.
Zo af en toe droom ik hierin even terug naar een bijzonder moment ergens op ons aardbolletje.
Ben je er klaar voor? Mooi! Pak je rugzak en kom met me mee… Dan gaan we naar de wereld!



De meest bijzondere momenten op reis zijn vrijwel altijd de momenten die niet gepland zijn. Een kind dat zijn handje in die van jou wurmt, een bemoedigende aai over je bol als je het even niet meer ziet zitten, verminkte kindjes die op straat liggen te bedelen of een uitnodiging om bij iemand mee te eten die zelfs nauwelijks te eten heeft. Soms hartverwarmend, soms hartverscheurend. Eén zo’n bijzondere ontmoeting had ik in Addis Abeba.

IMG_6862

Stef laat zijn schoenen poetsen door een jongeman op de stoep. Nee, dat is niet zielig of decadent, ook de inwoners van Addis laten hier hun schoenen poetsen en het geeft die jongens een inkomen. Dat poetsen gaat met uiterste precisie waardoor het een hele tijd duurt en ik besluit dan ook maar om ondertussen een rondje te gaan lopen.

Op een veldje zijn wat jongetjes aan het voetballen en ik ga op een steen zitten kijken. Een meter of drie bij me vandaan is een klein vuilnisbeltje waar een man in oude vodden naar me zit te kijken terwijl ik met mijn telefoon aan het prutsen ben. Dit westerse tafereeltje moet voor hem iets onwerkelijks zijn… Terwijl ik me afvraag waar hij vannacht gaat slapen slik ik de brok in mijn keel weg en loop naar hem toe. Ik ga bij hem zitten en geef hem wat koekjes uit mijn rugzak.
Met zijn rode, waterige oogjes kijkt hij me aan en doet zijn best op een soort van glimlach. Hele kleine hapjes neemt hij van onze koekjes, om er maar zo lang mogelijk van te kunnen genieten. Ik realiseer me hoe totaal verschillend de werelden zijn waarin we leven en hoe ontzettend rijk wij zijn.

Net als ik heeft ook hij geen idee hoe en waarover hij in godsnaam moet communiceren met die vrouw naast hem, met een leven dat zo onmeunig ver bij hem vandaan ligt, dat hij er zich waarschijnlijk niet eens een voorstelling van kan maken.
En andersom geldt dat eigenlijk net zo, ik vraag me af of hij een huis heeft, een vrouw? Kinderen misschien? Zou ook hij ´s ochtends naar zijn werk gaan? En op zaterdag bij huis wat aanrommelen, om daarna bij de buurman een biertje te gaan drinken? Maakt hij ´s avonds in bed plannen met zijn vrouw voor de zondag, want het wordt donders mooi weer! En heeft hij ook wel eens een feestje waar hij zich op verheugt? En staat zijn vrouw dan voor de kast te denken over wat ze aan zal trekken?

Of zit hij hier dag na dag bij dit hoopje vuilnis, te wachten op iets dat misschien nooit gaat komen? Bij het zoeken naar ieder antwoord komt er weer een nieuwe vraag in me op. Maar ik zal het nooit weten, straks sta ik op en ga naar huis. En over drie dagen zijn we weer aan het werk en zal ik misschien nog eens terugdenken aan die man tussen het vuilnis. Over wat hij op dat moment aan het doen is… En ik realiseer me dat het meest waarschijnlijke is, dat hij dan opnieuw, of nog steeds, op dezelfde plek zal zitten.

Ik pak mijn telefoon om hem foto´s te laten zien. Met mijn duim veeg ik over het touchscreen om steeds naar de volgende foto door te bladeren. Ik zie dat hij niet onder de indruk is van de foto´s, maar van het apparaat zelf. Hij kijkt me angstig aan, alsof hij zojuist in een science fiction film beland is. Wat doe ik die man in godsnaam aan?
Ik veeg de tranen van m’n wangen, geef hem de hele rol biscuitjes en ga terug naar Stef. Terug naar huis. Terug naar de wereld van de 2012. Terug naar het 2012 van ónze werkelijkheid…

Comments are closed.